6. Paragraaf grondbeleid

Algemeen

Terug naar navigatie - 6. Paragraaf grondbeleid - Algemeen

Het grondbeleid vormt een vast onderdeel van de begroting en verantwoordingscyclus van de gemeente. In het BBV is bovendien vastgelegd dat zowel in de begroting als in de jaarrekening een afzonderlijke paragraaf over het grondbeleid moet worden opgenomen.

Artikel 16

De paragraaf betreffende het grondbeleid bevat ten minste:

a.  een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting;

b.  een aanduiding van de manier waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;

c.  een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;

d.  een onderbouwing van de geraamde winstneming;

e.  de beleidsuitgangspunten voor de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van de grondzaken.

De gemeenteraad heeft op 21 februari 2023 de herziene Nota Grondbeleid vastgesteld. De nota grondbeleid is geen doel maar een middel om de instrumenten in te zetten om tot een goede ruimtelijke ordening te komen. Deze nota moet altijd gezien worden in combinatie met (structuur)visie, (politieke) ambities, omgevingsplan etc. Door de uitgangspunten van de nota grondbeleid op te nemen in de paragraaf grondbeleid bij zowel de begroting als het jaarverslag, blijven deze onder de aandacht bij de planning- en control cyclus. Zo kunnen deze, waar nodig, vrij eenvoudig worden aangepast aan gewijzigde omstandigheden. Deze werkwijze is vastgelegd in de Financiële verordening ex. artikel 212 Gemeentewet.

Een integrale nota zorgt dat er een transparant samenhangend grondbeleid ontstaat die als ambtelijke leidraad zal dienen en waarbij de gemeenteraad haar kader stellende en controlerende taak kan uitoefenen.

Uitgangspunten grondbeleid gemeente Rijssen-Holten

Terug naar navigatie - 6. Paragraaf grondbeleid - Uitgangspunten grondbeleid gemeente Rijssen-Holten

•    De gemeente Rijssen-Holten voert Grondpolitiek om haar doelen te bereiken.
•    De gemeente Rijssen-Holten houdt rekening met hogere wet- en regelgeving die van invloed zijn op haar gemeentelijk grondbeleid.
•    De gemeente Rijssen-Holten voert een situationeel grondbeleid (maatwerk). Daar waar mogelijk voeren we een actief grondbeleid.
•    Bij verwerving wordt het beleidsinstrument minnelijke verwerving gekozen. Wet Voorkeursrecht Gemeenten en de onteigeningswet worden indien nodig aanvullend ingezet.
•    De gemeente kan samenwerkingen aangaan met private partijen als dit de sturing op ontwikkelingen ten goede komt.
•    Voor woningbouwprojecten wordt gekozen voor de residuele grondprijsmethode, waarbij voor sociale huursector en bij CPO hiervan kan worden afgeweken.
•    Bij voormalige openbare ruimte waarop bouwvolume kan worden gerealiseerd wordt de grondprijs berekend volgens de residuele methode.
•    Bij uitgifte bedrijventerrein wordt gekozen voor de comparatieve grondprijsmethode. Hierbij worden de grondprijzen vergeleken met die van omliggende gemeenten.
•    De grondprijs voor maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, sportvoorzieningen en gebedshuizen, wordt vastgesteld via de comparatieve methode.
•    Kavels (of eenheden in het geval van een appartement) voor sociale huur of sociale koop worden voor een vaste prijs per eenheid uitgenomen.
•    Voor commerciële activiteiten, zoals winkels, horeca en kantoren, wordt voor iedere ontwikkeling op basis van taxatie de grondprijs berekend.
•    Kavels uit te geven in CPO wordt via taxatie de grondprijs berekend.
•    Voor de verwerving van gronden en/of panden vormt een taxatie van een onafhankelijke, beëdigde deskundige de basis voor de aankoop. Is het aankoopbedrag meer dan 10% hoger dan de taxatie, dan is een nadere onderbouwing van de deskundige vereist.
•    Aangekochte bedrijfspanden binnen het stedelijk gebied worden na aankoop en oplevering ontmanteld. Bedrijfspanden in het buitengebied worden na aankoop tijdelijk verhuurd in afwachting van de nieuwe bestemming. Woningen worden indien mogelijk tijdelijk verhuurd op basis van de Leegstandswet of in gebruik gegeven aan anti-kraak. Aangekochte landbouwgronden worden, via geliberaliseerde pacht, kortstondig verpacht.
•    Uitgifte van grond vindt bij voorkeur plaats door het eigendom over te dragen. Daar waar dit niet mogelijk is zal een andere vorm worden gekozen.
•    In het kader van het Didam-arrest wordt gronduitgifte transparant, toetsbaar en redelijk uitgegeven.
•    Kavels voor de sociale huur worden niet in mededingen uitgegeven. De plaatselijke woningbouwcorporaties worden als enige serieuze gegadigde gezien om het gemeentelijk beleid vorm te kunnen geven.
•    Kavels op bedrijventerreinen worden conform de vastgesteld uitgifte voorwaarden uitgegeven.
•    Het college van B&W stelt binnen de kaders van deze beleidsuitgangspunten per project de grondprijzen vast. Gedurende de looptijd van een project kunnen de grondprijzen worden herzien als de marktomstandigheden hiertoe aanleiding geven.

Wet- en regelgeving

Terug naar navigatie - 6. Paragraaf grondbeleid - Wet- en regelgeving

De beleidsuitgangspunten zoals hierboven vermeld zijn gebaseerd op de in 2023 geldende wet- en regelgeving. De nieuwe beleidsuitgangspunten zoals in februari 2023 vastgesteld hebben oog voor de nieuwere wetgeving. Onderdeel daarvan is onder andere de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden.

BBV

De commissie BBV presenteert regelmatig notities en stelt vraag- en antwoordrubrieken beschikbaar voor het grondbeleid in wijze van verantwoording in de begroting en jaarstukken. Zodra er nieuwe richtlijnen of notities volgen, dan worden deze in de budgetcyclus verwerkt.

In december 2023 is een nieuwe notitie Grondbeleid gepubliceerd. Hierop is in het 2e kwartaal 2026 een aanvulling gekomen. Deze aanvulling betreft het verantwoorden van vastgoedinvesteringen die opbrengsten genereren zoals bijvoorbeeld woningen die worden verhuurd. Mocht een grondexploitatie verlieslatend zijn, dan mag de investering niet in de grondexploitatie worden verantwoord. Verantwoording dient dan plaats te vinden in de algemene dienst. Deze wijziging treedt per 1 januari 2027 in werking en zal worden vastgelegd in de nota Grondbeleid.

Parameters grondexploitaties

Terug naar navigatie - 6. Paragraaf grondbeleid - Parameters grondexploitaties

Bij grondexploitatieberekeningen en exploitatieplannen worden parameters gebruikt voor het doorrekenen van de exploitaties. Het gaat hierbij om de renteparameter, de parameter voor kostenstijging en de parameter voor opbrengstenstijging. Er is echter ook sprake van kosten- en opbrengststijgingen over de jaren heen. Doelstelling van het gebruik van parameters is de te verwachten stijging in kosten en opbrengsten en het te verwachten rentepercentage door middel van indexatie in beeld te brengen en de budgetten op peil te houden.

Renteparameter

Met ingang van 2025 is er een wijziging doorgevoerd met betrekking tot de rentetoerekening aan de grondexploitatie. Reden voor deze wijziging is dat er geen aansluiting is bij de fiscale regelgeving zoals bij de invoering van de Vpb in 2016 was voorzien. Het rentepercentage wordt niet meer berekend naar de verhouding tussen vreemd vermogen/totaal vermogen, maar is gelijk aan de rente-omslag. Voor de grondexploitatie zorgde dit voor een kleine verhoging naar 1%. Evenals voor 2026 bedraagt het rentepercentage voor 2027 1%.

Parameter kostenstijging

Voor de parameter van kostenstijging voor de posten die betrekking hebben op het bouw- en woonrijp maken van terreinen wordt aansluiting gezocht bij de Grond-, Weg en Waterbouwindex (GWW-index). Hierbij wordt het 5- jarig gemiddelde (afgerond op hele procenten) van dit indexcijfer gehanteerd als parameter voor de kostenstijging. De parameter kostenstijging zou op basis van deze index bepaald worden op 6,2% (2022 - 2026). Dit hoge gemiddelde wordt mede veroorzaakt door twee hoger uitschieters in prijsontwikkeling in de jaren 2022 (12,6%) en 2023 (10,2%). Deze uitschieters gaan de komende 2 jaar weer verdwijnen uit het vijf jarig gemiddelde waardoor het gemiddelde naar verwachting weer zal afzwakken richting de geadviseerde 3 á 4 procent. Voorlopig wordt geadviseerd het percentage van 5,5% te handhaven voor het jaar 2027 ervan uitgaande dat de nieuwe inflatiepercentages de komende jaren het gemiddelde vanzelf zullen uitvlakken naar de geadviseerde niveaus.

Bron: OUTLOOK 2026 Metafoor Vastgoed en Prijzen

Parameter opbrengstenstijging

Voor de parameter voor de opbrengstenstijging wordt onderscheid gemaakt tussen een parameter voor woningbouw en een parameter voor bedrijventerreinen. Beide categorieën hebben een eigen uitgangspunt voor bepaling van de grondprijs en een eigen verloop van de grondprijs. Voor beide parameters geldt dat het niet representatief is om aan te sluiten bij landelijk of zelfs regionaal vastgestelde indexcijfers. Deze parameter zal vastgesteld worden op basis van expert judgement.

De grondprijs voor woningbouw wordt, met uitzondering van de sociale sector, bepaald door middel van de residuele benadering. Deze bestaat uit de VON-prijs minus de investeringskosten. Omdat deze twee factoren bepalend zijn voor de residuele grondwaarde leiden de sterk stijgende prijzen op de woningmarkt niet per definitie tot een evenredige stijging van de grondprijzen. Zo zijn de bouwkosten, door de druk op de woningbouw en aangescherpte bouweisen met betrekking tot duurzaamheid, aanzienlijk gestegen. Door hoge investeringskosten blijft er per saldo minder opbrengst over voor de grondprijs per m². Alles in overweging nemende, zien wij een opbrengststijging van 1% als realistisch, waarbij we per locatie bekijken of dit meegenomen wordt.

De grondprijs voor (nieuwe) bedrijventerreinen wordt bepaald met behulp van de comparatieve methode. Mede door het hanteren van deze variabelen en de invloed van de markt op bouwkosten, geldt ook voor industrieterreinen dat veranderingen in de markt niet direct van invloed zijn op de grondprijzen. De parameter opbrengststijging blijft vooralsnog voor bedrijventerreinen gehandhaafd op 0%.

Algemeen financieel

Terug naar navigatie - 6. Paragraaf grondbeleid - Algemeen financieel

Per 1 januari 2027 bedraagt de geraamde bruto boekwaarde van alle grondexploitatiecomplexen

€ 12,8 miljoen. Per 1 januari 2026 bedroeg de bruto boekwaarde € 10,1 miljoen. De stijging van de boekwaarde is enerzijds het gevolg van te maken kosten voor grondverwerving, bouw- en woonrijp maken, rente en plankosten tot een bedrag van circa € 8,5 miljoen. Anderzijds dempen grondverkopen en bijdragen derden tot een bedrag van circa € 5,8 miljoen de stijging.

Zowel de kosten als de opbrengsten hebben betrekking op alle complexen. Na aftrek van de aanwezige voorziening voor Enkco van € 4,2 miljoen, bedraagt de netto geraamde boekwaarde per

1 januari 2027 € 8,6 miljoen. Van deze netto boekwaarde heeft € 6,4 miljoen betrekking op in exploitatie genomen complexen en € 2,2 op de nog niet in exploitatie genomen complexen (kosten onderzoek en ontwikkeling). Dit betreft de volgende complexen:

In exploitatie genomen:

  1. Opbroek Oost                                                                  € 2,3
  2. Enkco-terrein                                                                   € 1,8
  3. Vletgaarsmaten II a en b                                            € 1,1
  4. Vletgaarsmaten II c                                                       € 1,2                                                                                                                                               

          Totaal                                                                                      € 6,4

Nog niet in exploitatie genomen:

  1. De Banis                                                                               € 0,6
  2. Spoorzone Rijssen                                                          € 0,1
  3. De Liesen fase 2                                                               € 0,4
  4. Waerdenborch-Diessenplas                                     € 0,2
  5. Spoorzone Holten                                                           € 0,1
  6. Ligtenbergerveld Oost                                                 € 0,8

          Totaal                                                                                       € 2,2

Voor Ligtenbergerveld Oost zijn ook gronden verworven in de afgelopen jaren. De boekwaarde hiervan bedraagt eind 2026 naar verwachting € 8,0 miljoen. Daarmee is de totale verwachte bruto boekwaarde € 20,8 miljoen (netto geraamde boekwaarde € 16,6 miljoen).

Vennootschapsbelastingplicht voor gemeenten in Nederland

Ten opzichte van hetgeen is geschreven in voorgaande jaren is er in de Vpb-plicht geen verandering opgetreden. Als gevolg van de negatieve exploitatie Enkco/Waterloo-Vlogtman is er de komende jaren nog geen sprake van een te verwachten Vpb-last. Al daalt het te verreken verlies wel hard door het gunstige verloop van met name grondexploitatie Opbroek Oost.

Per 31 december 2024 bedraagt het saldo van het nog te verrekenen verlies € 633.000.

Een ander aspect dat van invloed is op de Vpb zijn de nog landelijk lopende discussies over andere opbrengsten die onder de werking van de Vpb kunnen vallen zoals de opbrengsten lichtmastreclame en rente personeelshypotheken. In Rijssen-Holten wordt alleen de opbrengst lichtmastreclame meegenomen in de Vpb aangifte. Het bedrag aan Vpb over de rente personeelshypotheken is minimaal en wordt derhalve niet meegenomen.

Inmiddels is er meer bekend over hoe met de opbrengsten van lichtmastreclame en rente personeelshypotheken moet worden omgegaan. In een uitspraak van eind 2024 van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is het Hof opnieuw tot het oordeel gekomen dat reclameactiviteiten moeten worden gezien als normaal vermogensbeheer en dus buiten de heffing van de Vpb blijven. Ditzelfde geldt ook voor de rente personeelshypotheken. Hierover heeft het Hof in dezelfde zitting geoordeeld dat dit ook onder het normaal vermogensbeheer van de gemeente valt. Zoals verwacht heeft de Advocaat-Generaal een advies uitgebracht aan de Hoge Raad, waarin hij stelt dat beide activiteiten toch als ondernemingsactiviteiten moeten worden aangemerkt. Het is nu wachten op de uitspraak van de Hoge Raad.

Voor de opbrengsten van lichtmastreclames lopen ook nog procedures bij de Hoge Raad.

Bestemmingsplannen met kostprijsberekening (BIE)

Terug naar navigatie - 6. Paragraaf grondbeleid - Bestemmingsplannen met kostprijsberekening (BIE)

Grondexploitatie projecten (BIE) die naar verwachting in 2026 worden afgesloten

Opbroek Noord gemeentelijk deel en Publiek Private Samenwerking (PPS)

Zoals reeds bij de najaarsnota en jaarrekening 2025 is vermeld zal Opbroek Noord in 2026 worden afgesloten. Na het aanplanten van het groen en het verstrekken van bijdragen voor aansluitingen op de bestaande infrastructuur is deze grondexploitatie gereed. Bij het afsluiten resteert naar verwachting zowel bij het gemeentelijk deel als de PPS nog een kleine winst die zal worden toegevoegd aan de algemene middelen.

 Bedrijventerrein Elsmoat

De ontwikkeling betreft een samenwerking tussen de gemeente Rijssen-Holten en de gemeente Wierden, waarbij elke partij voor 50% risicodragend deelneemt. Naar verwachting zal ook dit samenwerkingsproject in 2026 met een verwacht positief resultaat van circa € 140.000 (zijnde het 50% aandeel) afgesloten kunnen worden.

Nog lopende grondexploitatie projecten (BIE)

Opbroek Oost gemeentelijke deel en Publiek Private Samenwerking (PPS)

Dit plan is een aanvulling op de woningbouwplannen voor Opbroek Noord en zal fasegewijs worden uitgevoerd in een planperiode die loopt tot en met 2030. In deze periode zullen er iets meer dan 600 woningen worden gebouwd. Circa 350 binnen de PPS, fase 1A, 1B , 4 en 5 en ruim 250 via zelfrealisatie door een drietal marktpartijen, fase 2 en 3.

Vanuit deze PPS constructie en zelfrealisatie wordt een vergoeding aan het gemeentelijke deel betaald voor de bovenwijkse voorzieningen, plankosten, planschade, buitenplanse kosten etc. Deze opbrengsten worden verantwoord in de gemeentelijke grex. De lasten voor ambtelijke uren, onderzoeken, bestemmingsplan wijziging, bovenwijkse voorzieningen en planschade worden eveneens verantwoord in deze gemeentelijke grex.

Inmiddels zijn vrijwel alle woningen in fase 1A gereed. Ook is het woonrijp maken in een vergevorderd stadium. In fase 1B zijn alle woningen verkocht en veel woningen zijn in aanbouw of inmiddels gereed. Wat nog resteert in deze fase is de uitgifte van de grond voor sociale huur hofwoningen en zorgeenheden. Dit staat gepland voor 2026.

In het tweede kwartaal van 2026 is eveneens gestart met de verkoop van de woningen in fase 4. In de loop van 2027 zal worden gestart met de bouw. Het bouwrijp maken van fase 4 zal naar verwachting starten in het derde kwartaal van 2026.

In fase 2 en 3 zijn via onteigening de laatste percelen in eigendom van de gemeente gekomen. Hierdoor is de weg vrij om deze fasen te ontwikkelen. Voor de realisatie van fase 2 en 3 is eind januari 2026 een anterieure exploitatieovereenkomst gesloten met de 3 marktpartijen. Verkoop van de woningen in deze fasen kan pas plaatsvinden als de woningen in fase 4 zijn verkocht.

Als de voortgang gaat zoals hierboven is geschetst zal de PPS eind 2028 met winst worden afgesloten. Het afsluiten van het gemeentelijk deel, met winst, volgt later als de zelfrealisatie is afgerond. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid pas in 2030 zijn.

Enkco-terrein

Tot en met 2028 zullen er op het Enkco-terrein circa 180 wooneenheden worden gerealiseerd. Deze wooneenheden worden omringd door een groene parkachtige omgeving. De wooneenheden bestaan grotendeels uit appartementen maar ook een klein aantal rijwoningen, 2^1-kapwoningen en vrijstaande woningen. Een vrij groot deel van de woningen valt binnen de categorie sociale huur/koop of betaalbaar (woningen met een aankoopprijs tot € 420.000). In 2024 is gestart met het bouwrijp maken van het terrein.  Inmiddels is grond voor de bouw van circa 55% van de wooneenheden verkocht. Voor de overige 45% zijn met diverse ontwikkelaars overeenkomsten gesloten of is er een besluit van het college aanwezig. Naar verwachting zullen in 2027 alle gronden zijn overgedragen.

Bij het bouwrijp maken zijn een aantal bodemverontreinigingen aangetroffen waarmee in de kosten geen rekening is gehouden. Inmiddels zijn de bodemverontreinigingen aanzienlijk van omvang en zullen de kosten rond de € 800.000 gaan bedragen. Bij de provincie Overijssel is verzocht om een subsidie om deze kosten te kunnen dekken. Deze subsidie is tot een bedrag van € 570.000 toegekend. Deze subsidie zal niet alle kosten dekken, zodat een deel van de kosten ten laste van de exploitatie zal komen. Aangezien dit plan een tekort heeft, waarvoor een voorziening aanwezig is, zal mogelijk bij de jaarrekening 2026 een aanvullende storting moeten worden gedaan.

Vletgaarsmaten II

Zoals in de paragraaf grondbeleid in het jaarverslag 2025 is vermeld, is 1 optie op een kavel niet afgenomen. In de loop van 2026 is voor deze kavel een nieuwe optieovereenkomst getekend die loopt tot 31 maart 2028. In deze overeenkomst is gerekend met een verkoopprijs per m² die gelijk is aan de verkoopprijs op Vletgaarsmaten II fase C. Dit levert een meeropbrengst op van ruim € 0,8 miljoen. Deze meeropbrengst en de kosten die samenhangen met het doorlopen van deze grondexploitatie zullen bij de najaarsnota 2026 in de exploitatie worden verwerkt. Naar verwachting zal deze grondexploitatie eind 2028 kunnen worden afgesloten.

Vletgaarsmaten II fase C

Dit bestemmingsplan is een uitwerking van de in 2009 vastgestelde structuurvisie. Dit bestemmingsplan gaat invulling bieden aan de grote behoefte voor bedrijventerrein in Rijssen en Holten. Uit de behoeftestudie bleek dat er in de periode tot 2030 in de gemeente Rijssen-Holten circa 20 - 28 hectare bedrijventerrein ontwikkelt dient te worden om in de lokale behoefte te voorzien.

Het plan is opgedeeld in 2 fasen. Fase 1 omvat 60% van het bedrijventerrein (circa 6 ha.). Deze grond is in bezit van een particuliere eigenaar en is inmiddels volledig bouwrijp gemaakt en ook volledig uitgegeven. De grond in fase 2, ongeveer 4 ha., is grotendeels in eigendom van de gemeente, met uitzondering van 2 percelen. Hierover zijn nog onderhandelingen gaande. De kans bestaat dat deze verwerving middels onteigening moeten plaatsvinden.

De gemeente zal in de loop van 2026 starten met de uitgifte van de bouwrijp gemaakte percelen en zal naar verwachting in 2028 zijn afgerond. Eind 2028 zal deze exploitatie naar verwachting met winst worden afgesloten.

Toekomstige grexen (Immateriële Vaste Activa)

Terug naar navigatie - 6. Paragraaf grondbeleid - Toekomstige grexen (Immateriële Vaste Activa)

Op de balans zijn een aantal voor-investeringen opgenomen voor in de toekomst te ontwikkelen plannen. Dit zijn onder andere:

Plan De Banis

Dit plangebied moet de gemeente Rijssen-Holten voorzien in de toekomstige woonbehoefte. De locatie is gelegen achter de Braakmanslanden en tussen de Keizersdijk, Middelveen en de Trippenweg. Er zullen naar verwachting circa 350 woningen worden gebouwd. De verdeling is 30% sociale huur, 40% middenhuur of betaalbare koop en 30% vrije sector. Eind 2025 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie vastgesteld. De volgende stap in het proces is de omgevingsvisie omzetten in een stedenbouwkundig ontwerp. Dit ontwerp laat gedetailleerd zien hoe het project eruit zal zien en hoe het in de omgeving past. Het beschrijft de indeling van openbare ruimtes, de plaatsing van gebouwen, infrastructuur, groenvoorzieningen, en andere stedelijke elementen. Dit vindt in 2026 plaats. In 2027 volgt het vastleggen van het stedenbouwkundige ontwerp in het omgevingsplan. Naar verwachting zal er eind 2027 een omgevingsplan liggen.

In 2026 een akkoord op hoofdlijnen gesloten met een projectontwikkelaar (tevens zijnde grondeigenaar). Het doel van dit akkoord op hoofdlijnen is om gezamenlijk te onderzoeken of woningbouw op locatie de Banis haalbaar is.  

Spoorzone Rijssen en Holten

De Spoorzone van Rijssen vervult een strategische schakelpositie tussen het centrum, omliggende woonwijken en het bedrijventerrein. De Spoorzone in Holten vormt een cruciale schakel tussen het station, de dorpskern en het landelijke gebied richting de Holterberg. In de Position Paper 2050 en de Visie ontwikkelzones bestaande bedrijventerreinen (2024) worden deze zones nadrukkelijk benoemd als kansrijke gebieden voor een nieuw stedelijk woonmilieu, waarin wonen, werken en ontmoeten samenkomen in een duurzame en hoogwaardige omgeving. Daarbij ligt er een duidelijke ambitie om de ruimtelijke kwaliteit van de gebieden te versterken, de verblijfskwaliteit te verbeteren. De gemeente wil komen tot integrale gebiedsvisies voor deze omgevingen. Deze visies geven richting aan de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van de gebieden en vormen het kader voor toekomstige besluiten over programmering, investeringen, samenwerking en regie.

Via de Voorjaarsnota 2026 is een voorbereidingskrediet van € 247.000 beschikbaar gesteld en de provincie heeft een subsidie toegekend van maximaal € 65.000. De uitwerking van de visies loopt door in 2027.

De Liesen fase 2

In 2025 is een krediet van € 252.000 beschikbaar gesteld voor onderzoeken, het maken van een stedenbouwkundig plan en de voorbereiding van een omgevingsplan.

Inmiddels is er meer duidelijk over dit plan. Zo is er op 25 juni 2026 een voorovereenkomst gesloten met een projectontwikkelaar (tevens zijnde grondeigenaar). Het doel van deze voorovereenkomst is om gezamenlijk te onderzoeken of de ontwikkeling van dit plangebied tot woonwijk met circa 350 wooneenheden haalbaar en mogelijk is.

Waerdenborgh-Diessenplas

Evenals voor de Liesen fase 2 is er in 2025 ook voor dit plan een krediet beschikbaar gesteld van € 148.000 voor onderzoeken, het maken van een stedenbouwkundig plan en de voorbereiding van een omgevingsplan. Met dit krediet kunnen de kosten die hiermee gemoeid zijn worden gedekt.

Ligtenbergerveld Oost

Inmiddels zijn in dit gebied alle gronden verworven met uitzondering van een aantal percelen die door de eigenaren zijn verkocht aan marktpartijen. 1 kavel is nog niet overgedragen, dit gebeurt als het omgevingsplan is vastgesteld. Naar verwachting bedraagt de boekwaarde voor verwerving inclusief bijkomende kosten eind 2026 circa € 8,8 miljoen. De verkoop van de bouwrijpe grond zal, afhankelijk van de bestemmingsplanprocedure, fasegewijs de komende jaren plaatsvinden. Voor het gebied is een ontwerp-structuurvisie gemaakt als eerste stap in de ruimtelijke procedure. Het omgevingsplan zal naar verwachting in het derde kwartaal 2026 in procedure gaan.

Het gebied moet ruimte bieden aan circa 18 tot 20 hectare netto bedrijventerrein.

Resultaatverwachtingen en risico’s

Terug naar navigatie - 6. Paragraaf grondbeleid - Resultaatverwachtingen en risico’s

Voor de risico’s betreffende het grondbeleid wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen. Eventuele risico’s (met een ingeschatte kans groter dan 10% en kleiner dan 75%) worden meegenomen in het risicologboek. Door grondaankopen van de laatste jaren en voorbereidingskosten van het nieuw te ontwikkelen grondexploitaties zoals Ligtenbergerveld Oost, de Banis en de Liesen fase 2 zal in de komende jaren de boekwaarde stijgen. Een stijgende boekwaarde verhoogt de risico’s. Ook de inflatie draagt bij aan een hoger risico. Het risico zal kleiner worden door realisatie van grondverkopen en bijdragen van deelnemende partijen in de diverse plannen zoals plaatsvindt in Opbroek Oost, Vletgaarsmaten 2 fase C en op het Enkcoterrein.

Deze risico’s worden bijgehouden in het risicologboek en zijn geherwaardeerd. Het bijgestelde risicoprofiel is meegenomen in de risicoparagraaf weerstandsvermogen.